Olijfolie en Squaleen

Olijfolie zit boordevol gezonde minor compounds (zeg maar: stofjes), zo hebben we op deze plaats al een aantal keren eerder geschreven. Eén van die nog niet besproken stofjes is squaleen: een triterpeen (zeg maar: meervoudig onverzadigde koolwaterstof) met de chemische formule (C5H8)6.

Alle planten en dieren (en dus ook de mens) produceren squaleen. Het is een precursor, (zeg maar: voorloper) bij de synthese (zeg maar: aanmaak) van sterolen en steroïde hormonen in het lichaam. De belangrijkste daarvan is cholesterol, dat op zijn beurt in het lichaam weer een precursor is voor onmisbare steroïde hormonen als progesteron, testosteron, aldosteron, estradiol en cortisol. Je ziet: zonder squaleen zal het lichaam al snel in de problemen komen.

Squaleen heeft bovendien beschermende effecten tegen beschadigingen van de huid en ontstekingsremmende eigenschappen. Die ontstekingsremming heeft vooral te maken met wondheling, vandaar dat je talg in je huid voor zo'n 13 procent uit die squaleen bestaat. Daardoor heeft talg een beschermende werking tegen uitdroging van de huid en tegen infecties door bacteriën en schimmels.

Maar die ontstekingsremmende eigenschappen van squaleen zijn natuurlijk niet beperkt tot je huid, want de rest van je lichaam heeft er ook baat bij. Uit wetenschappelijk onderzoek komen de eerste signalen dat dit stofje (het ontstaan van) bepaalde kankersoorten kan tegengaan of vertragen[1].

Alle landen rondom de Middellandse Zee verschillen van vrijwel alle andere landen doordat er gemiddeld veel minder ziekten voorkomend die gerelateerd zijn aan ontstekingen, waaronder kanker en hart- en vaatziekten[2][3].

Zo, hoe krijgen we zoveel mogelijk squaleen in ons lichaam is de terechte vraag. Het blijkt dat olijfolie in verhouding enorm veel squaleen bevat. Er worden gemiddelde waarden gemeten van 290 milligram per 100 gram olijfolie[4]. Het percentage squaleen hangt, zoals zo vaak, af van de specifieke cultivar, moment van oogsten en de bewaarcondities van de olijven en olijfolie. Een dieet, dat rijk is aan extra virgine olijfolie, is dus aanbevelenswaardig.

[1] Borzi et al: Olive Oil Effects on Colorectal Cancer in Nutrients – 2018
[2] Buckland et al; Adherence to the mediterranean diet and risk of breast cancer in the European prospective investigation into cancer and nutrition cohort study in International Journal of Cancer – 2012
[3] Estruch et al: Primary prevention of cardiovascular disease with a Mediterranean diet in The New England Journal of Medicine – 2013
[4] Owen et al: Phenolic compounds and squalene in olive oils: the concentration and antioxidant potential of total phenols, simple phenols, secoiridoids, lignans and squalene in Food and Chemical Toxicology -2000

Olijfolie, Artrose en Lubricine

We weten natuurlijk al een tijdje dat het Mediterrane dieet kan zorgen voor behoorlijk wat gezondheidsvoordelen, terwijl de bewoners van de landen rondom de middellandse Zee ook nog eens langer en bovendien langer gezond leven. Een deel van die gezondheidswinst, zoals dat in de taal van moderne managers wordt genoemd, is te danken aan olijfolie. In die olijfolie zitten diverse stofjes opgesloten, waarvan inmiddels wetenschappelijk is bewezen dat die positieve effecten op je lichamelijk en geestelijk welzijn hebben.
En de wetenschappers blijven olijfolie ontleden en daarom vinden ze met enige regelmaat opnieuw een voorheen onbekend stofje. Naast de voordelen van oleocanthal, oleuropein, elenolide en hydroxytyrosol kan er wederom een interessant effect van olijfolie worden genoemd.

Voor soepel en pijnloos bewegen is gezond kraakbeen tussen de gewrichten van 'levensbelang'. Dat kraakbeen wordt gesmeerd met lubricine. Lubricine is een zogenaamd chondroprotective glycoprotein. Een glycoproteïne is een eiwit, waaraan een of meer polysacchariden (zetmelen of suikers) zijn gekoppeld. Dit specifieke glycoproteïne heeft als eigenschap dat het kraakbeen smeert en dus beschermt. Verminderde aanmaak van lubricine betekent minder smeersel en het begin van slijtage van het kraakbeen. Dat wordt artrose (ofwel osteoartritis) genoemd.

Bij laboratoriumratten werd het kraakbeen opzettelijk beschadigd (sorry), waarmee artrose werd gesimuleerd en de aanmaak van lubricine werd geremd. Na toediening van olijfolie in hun voer bleek dat de niveaus aan lubricine weer terugkeerden naar normaal, terwijl bovendien de waarden van interleukine-1 afnamen, wat een aanwijzing was voor een verminderde ontstekingsreactie[1].
De wetenschappers concluderen dat het consumeren van olijfolie, in combinatie met voldoende lichamelijke activiteit, het ontstaan van slijtage van het kraakbeen in de gewrichten (artrose) kan voorkomen. Een tweede onderzoek kwam een paar jaar later tot vergelijkbare conclusies[2].

[1] Musumeci et al: Extra-virgin olive oil diet and mild physical activity prevent cartilage degeneration in an osteoarthritis model: an in vivo and in vitro study on lubricin expression in Journal of Nutritional Biochemistry – 2013
[2] Szychlinska et al: Physical activity and Mediterranean diet based on olive tree phenolic compounds from two different geographical areas have protective effects on early osteoarthritis, muscle atrophy and hepatic steatosis in European Journal of Nutrition - 2019

Olijven in Engeland in de Bronstijd

Natuurlijk waren olijven al sinds mensenheugenis een onmisbaar onderdeel van het Mediterrane dieet. De olijfbomen waren daar immers inheems en in het klassieke Griekenland was olijfolie al een product dat in amforen geëxporteerd werd naar iedere plek in de toen bekende wereld.
Maar die bekende wereld was veel groter dan wij tegenwoordig geloven. Al gedurende de Bronstijd werd er bijvoorbeeld tin in zuidwestelijk Engeland gewonnen en naar het Middellandse Zeegebied vervoerd. Van dat tin werd namelijk brons gemaakt. Die Bronstijd was de periode van Odysseus en de belegering van Troje. De bronzen wapens die daar gebruikt werden konden alleen maar geproduceerd worden met tin dat uit Engeland afkomstig was. In Tintagel, een oeroude handelsplaats aan de Engelse zuidwestelijke kust, werden tijdens opgravingen honderden brokstukjes gevonden die ooit amforen waren geweest. Die amforae (de juiste meervoudsvorm) hebben ooit olijfolie, wijn en garum bevat.

Want er moest natuurlijk wel betaald worden voor dat tin en dat was de reden dat er al rond 2000 vChr de zo kostbare olijfolie ingevoerd in Engeland. Het is bekend dat de Phoeniciërs in die tijd al regelmatig handelsreizen uitvoerden naar de Britse eilanden.

Zo, de vraag is dus gerechtvaardigd hoe die Engelsen in die periode een olijf noemden. Dat is onbekend, maar de allereerste versie van het woord in het Oudengels was eleberġe. Letterlijk is dat in hedendaags Engels oil berry ofwel 'oliebes'. Pas veel later verving het woord olive ('olijf') dat oeroude woord.

Weet je dat feitje ook weer.

De tragiek van Tunesische olijfolie

Onbekend maakt onbemind, zo luidt het spreekwoord. Tunesië is na Spanje de grootste producent van olijfolie ter wereld, maar vrijwel niemand weet dat. Die treurigstemmende situatie blijft vermoedelijk ook wel een tijdje zo bestaan als het aan invloedrijke Spaanse olijfoliehandelaren ligt.
Wat is er aan de hand? De markt van olijfolie is in handen van een handvol grote Spaanse olijfolieproducenten met een wereldwijde afzet. Ze kunnen veel meer verkopen dan de Spaanse olijfbomen kunnen produceren. Er bestaat dus een structureel tekort tussen productie en verkoop. Dat kost natuurlijk potentiële omzet en winst. Spaanse handelaren hebben voor dat probleem een oplossing gevonden: ze importeren Tunesische olijfolie in bulk, mengen die met hun olie van mindere kwaliteit en zetten dan op het etiket dat er Spaanse olijfolie in de fles of het blik zit. Dat is natuurlijk fraude, maar niemand controleert die machtige handelaren.

Tunesië mag zich al een paar jaar na Spanje de grootste producent van olijfolie ter wereld noemen. De productie steeg in 2019 tot een record van ruim 350,000 ton. Ruim 300 duizend boeren in Tunesië leven van de olijfolie, 85 procent van hen van boomgaarden van minder dan 10 hectare. Omgerekend exporteerde Tunesië in 2020 voor een bedrag van €700 miljoen aan extra virgine olijfolie en dat was zo'n beetje de helft van de totale agrarische export van dat land.

Maar Tunesië exporteert vrijwel alleen olijfolie in bulk. Zou men in staat zijn de olijfolie als merkartikel op de Europese markt af te zetten, dan zou die exportwaarde meer dan €2 miljard bedragen. Maar zo eenvoudig ligt dat niet, want om Tunesische producenten eerlijker toegang kansen op de wereldmarkt te bieden, heeft de Europese Unie Tunesië in een ver verleden een quotum gegeven om 56,700 ton olijfolie belastingvrij naar de EU-lidstaten te exporteren. Dat belastingvrije quotum werd echter opgekocht door de grote Spaanse multinationals. Het Office National de l'Huile, dat namens de Tunesische producenten de handelsonderhandelingen voert met de EU wordt simpelweg buitenspel gezet door een aantal invloedrijke tussenhandelaren. Zij hebben dankzij de juiste politieke connecties en financiële slagkracht wél de benodigde licenties om te mogen exporteren en leveren rechtstreeks aan de grote Spaanse olijfolieproducenten, waar ze soms zelfs bij op de loonlijst staan.

Als we een beetje sarcastisch naar het probleem kijken dan kunnen we stellen dat de EU eigenlijk met handelaren uit de EU onderhandelt over olijfolie die uit Tunesië komt.

Wat Tunesië betreft moet het quotum zo snel mogelijk worden opgeheven om de Tunesische boeren de kans te geven ongelimiteerd belastingvrij te exporteren om zo eindelijk op een eerlijke manier te kunnen concurreren met de Spaanse en Italiaanse olijfolieproducenten.

De Europese consument van olijfolie blijft van dit alles onwetend en kan daardoor niet of nauwelijks genieten van de hoge kwaliteit Tunesische olijfolie. Ook zij zijn daardoor slachtoffer van de hebzucht van de grote Spaanse tussenhandelaren.

Steun de kleine Tunesische boer en en koop je Tunesische olijfolie hier.

Een bijzondere olijf: Chemlali

De Chamlali staat ook wel bekend als de Chemlali de Sfax en dat is al direct een duidelijke aanwijzing voor zijn herkomst. Sfax is namelijk een stad in Tunesië. De Chemlali is de meest aangeplante olijfboom in dat land en dat heeft een goede reden: de Chemlali heeft zich namelijk perfect weten aan te passen aan droge omstandigheden. Zelfs onder de zinderende omstandigheden van de gloeiendhete Sahara weet deze variëteit zich nog te handhaven. Omdat de temperaturen gedurende de nacht tot het vriespunt kunnen dalen is de Chemlali ook redelijk bestand tegen vorst. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat de Chemlali behoorlijk tolerant is tegen zout, wat ook al een goede overlevingsstrategie is gebleken. Het is dus een zeer robuuste soort die al door de Feniciërs en Romeinen werd gewaardeerd om zijn overheerlijke olijfolie.
De Chemlali olijfbomen kunnen enorme afmetingen bereiken. Eén enkele olijfboom kan, volgens verhalen, wel twee miljoen olijven opleveren die samen tot 1,000 kilo kunnen wegen. Maar als je vervolgens de rekenmachine ter hand neemt en berekent hoeveel zo'n olijf per stuk moet wegen dan kom je tot een ietwat verrassende conclusie: het is maar een hele kleine olijf.

Dat kleine formaat is natuurlijk eenvoudig te verklaren, want een olijf is botanisch gezien een bes. Omdat de boom zeer zuinig met water om kan gaan, heeft de olijf zich ook moeten aanpassen en is in staat te rijpen met maar heel weinig vruchtvlees om het zaad. Veel mensen denken dat bessen zoet moeten te zijn om vogels te verleiden om die bes inclusief zaad op te eten, maar dat is niet de officiële definitie van een bes. Een bes is simpelweg een beschermend omhulsel voor zaad en dat klopt ook voor een olijf. Overigens heeft het chronische gebrek aan water ook tot gevolg dat de Chemlali maar langzaam afrijpt. Uiteindelijk zal hij verkleuren tot een dieppaarse kleur.

Dat kleine formaat maakt het vervolgens wel lastiger om voldoende olijfolie uit de oogst aan olijven te persen. De extra virgine olijfolie van de Chemlali heeft een zachte ietwat fruitige geur en smaak. Dat gaat samen met een aangenaam bitter smaakje, gevolgd door de bekende peperachtige sensatie achter in je keel. Het is een hele 'zachte' olijfolie.
Qua samenstelling kunnen we kort zijn, want ook de Chemlali levert namelijk supergezonde olijfolie met een gehalte van 55 tot 59 procent aan oliezuur (een enkelvoudig onverzadigd vetzuur) en tot 20 procent aan linolzuur (een meervoudig onverzadigd vetzuur). Deze olijfolie is zeer geschikt voor dressings, maar kan ook dienst doen als olie om in te bakken. Al vind ik dat laatste een beetje zonde voor een dergelijke goede extra virgine olijfolie.

Wil je zelf eens proberen om deze bijzondere olijfolie eens proberen dan kun je deze hier bestellen.

Dirty Martini

'Shaken, not stirred,' zo drinkt James Bond zijn martini het liefst.

Een klassieke martini is een cocktail, bestaande uit gin en vermouth in de verhouding van 2:1. Na het schudden of roeren wordt het geheel gegarneerd met een olijf of een krul citroenschil. 

Een dry martini betekent dat er minder vermouth in de mix verstopt zit, terwijl een extra dry martini bestaat uit gin met hooguit een drupje vermouth. Andersom zul je bij het bestellen van wet martini een cocktail krijgen met meer vermouth dan gin.

James Bond dronk ook een door Ian Fleming verzonnen variant. Hij verving de gin door vodka, een keus die mijn goedkeuring wel kan wegdragen.

Toch is er een variant die toch ook enige aandacht verdient: de dirty martini. Men denkt dat deze versie al in 1901 ontstaan is New York. Bij de dirty martini wordt een scheutje breinzout vocht uit een pot of blik olijven in het glas gedaan.

Zelf denk ik dat een bartender ooit een verzoek kreeg voor een (gewone) martini, maar dat toen bleek dat de olijven (ter garnering) op bleken te zijn. Geen nood, zo moet hij gedacht hebben, ik doe simpelweg een scheutje vocht uit de pot of het blik in. Zo had de klant toch nog het idee dat de smaak van olijven in de martini trok.

Het gevolg van het toegevoegde vocht is dat het mengsel ietwat troebel wordt en natuurlijk een stuk zouter.

Of de dirty martini aangenaam wegdrinkt is de vraag. Het is een smaak waar je wat aan moet wennen. Je krijgt er wel snel heel erg veel dorst van. Dat dan weer wel.

[Recept]
- twee delen gin (of vodka)
- één deel vermouth
- één deel olijfvocht
- garneren met twee olijven

[Recensie] Bertolli Olijfolie

Het verhaal begint in Toscane (Italië) waar Francesco en Caterina Bertolli in 1865 begonnen met de productie van olijfolie. Niet veel later werd een winkeltje geopend in Lucca, hun woonplaats. Sindsdien, zo meldt de geschiedenis, is het uitgegroeid tot een bedrijf met wereldfaam.

De geschiedenis van Bertolli zou eigenlijk in de verleden tijd moeten worden geschreven, want veel is er niet over van het oorspronkelijke bedrijf. Het is gekocht, verkocht, afgesplitst en doorverkocht.
In 1972 werd het bedrijf verkocht aan Alimont. Alimont kwam in 1974 vervolgens in handen van het Italiaanse staatsbedrijf SME, een elektriciteitsbedrijf dat zich op dat mement probeerde in te kopen in de voedselindustrie. Het was de intussen geheel vervlogen tijd van grote conglomeraten die van alles wat wilden doen. De topmannen meenden dat, als ze goed bleken om een bedrijf in een enkele sector te bestieren, ze natuurlijk ook goed zouden zijn in alle andere sectoren. Het bleek een grove misvatting. Vanaf 1990 werd SME weer geprivatiseerd en Bertolli kwam in 1993 in handen van Fivsi, die het vervolgens al weer doorverkocht aan Unilever.

Na overname door Unilever groeide Bertolli uit tot een internationaal merk. Onder het Bertolli merk vielen nu ook andere producten zoals pastasauzen, balsamicoazijnen, pesto en margarineproducten.

In 2008 werd de olijfolie- en azijndivisie van Bertolli door Unilever voor €630 miljoen verkocht aan de Spaanse Grupo SOS, intussen hernoemd tot Deoleo. Unilever behield het eigendom van het merk Bertolli voor allerlei andere voedingsmiddelen. In 2014 verkocht Unilever de Noord-Amerikaanse divisie, waaronder de merknaam Bertolli voor pasta, pastasauzen, pesto's en diepvriesmaaltijden aan het Japanse Mizkan Group.

In 2018 verkocht Unilever zijn oliën en vetten divisie, waartoe ook de merknaam Bertolli behoorde, aan KKR investments, een vulture fund. De divisie ging verder onder de naam Upfield. Begin 2021 werd de resterende Europese divisie met pasta en pesto sauzen verkocht aan het Nederlandse Enrico-Glasbest, een bedrijf dat handelt in Italiaanse producten.

Je ziet, veel is er niet over van het ooit zo roemruchte Italiaanse bedrijf. Slechts hier en daar een merk.

De olijfolie van Bertolli is dus in handen van een Spaanse firma. De geromantiseerde geschiedenis doet ons vermoeden dat het merk bijzonder trots is op zijn Italiaanse roots. Dat er geen andere olijfolie goed genoeg is om in die donkergroene fles te stoppen. Niets is echter minder waar.

Na onderzoek in de Verenigde Staten bleek dat de olijfolie van Bertolli simpelweg werd ingekocht in Griekenland, Chili, Spanje, Australië, Turkije en Tunesië. Het werd slechts gemengd en gebotteld in Italië. Op het etiket stond 'Geïmporteerd uit Italië', wat technisch juist was, maar toch op het randje van oneerlijk zat. Het bedrijf kocht een rechtszaak af voor $7 miljoen. Intussen staat op het etiket 'Selected olive oils from Spain, Greece, and Italy.
Maar hoe smaakt Bertolli olijfolie, zo is de vraag. Het smaakt niet verkeerd, maar ook niet speciaal. Het smaakt wat flets, een direct gevolg van het mengen van allerhande olijfoliën uit diverse landen. Daar stoppen ze natuurlijk de allerbeste kwaliteit in hun eigen flessen. De wat mindere kwaliteit verkopen ze aan handelsfirma's. Zoals Bertolli.

Carvacrol

In zuidelijk Europa worden mensen gemiddeld heel oud en blijken tijdens dat ouder worden ook nog eens een stuk gezonder te blijven. De laatste paar jaar wordt graag gewezen naar de effecten van het Mediterrane dieet, waarbij men veel groenten, fruit en noten consumeert, gekoppeld aan veel vis en weinig vlees. Plus het feit dat men daar graag gebruik maakt van olijfolie en daarvan is intussen bekend dat zich daarin veel gezonde stofjes verbergen. Ik noem oleocanthal, oleuropein, hydroxytorosol en elenolide.
Maar wat we ook niet uit het oog moeten verliezen is de positieve invloed van de zogenaamde houtige kruiden als tijm, oregano, diktamo of ijzerkruid. Ook daarin huizen namelijk interessante stofjes, waarvan de wetenschap pas sinds kort echt begrijpt dat ze positieve effecten op je gezondheid hebben.

Eén van de stofjes is carvacrol met de chemische formule C6H3(CH3)(OH)C3H7. Het lijkt een zeer ingewikkelde formule, maar het is slechts een toevallige combinatie van de meest elementaire deeltjes: koolstof (Carbon, C), waterstof (Hydrogen, H) en zuurstof (Oxygen, O).

Natuurlijk heeft de wetenschap dit stofje intussen grondig bestudeerd. In de steriele ruimtes van diverse laboratoria blijkt dat carvacrol een sterk antibacterieel effect heeft op wel 25 verschillende soorten bacteria[1]. Ook heeft men ontdekt dat het een interessante werking heeft op diverse kankercellen. Zeker in het geval van borstkanker worden her er der positieve effecten gemeld.

Bij borstkanker is zelfs al een mogelijk werkingsmechanisme bekend. Carvacrol remt namelijk de celdeling van een MCF-7 cellijn en zorgt zelfs voor celdoding (apoptose) door de signaalroute PI3/AKT te onderdrukken (Carvacrol significantly inhibited the breast cancer MCF-7 cell proliferation and induced apoptosis via suppressing PI3/AKT signaling pathway.)[2].

De volgende stap was om de effecten van carvacrol te testen op ratten. Dat waren speciaal gekweekte ratten, die snel borstkanker ontwikkelen. Het bleek dat tumoren van de ratten, die carvacrol kregen toegediend, behoorlijk afnamen (...revealed a significant decrease in the cumulative tumor volume...)[3].

Nu niet direct naar je arts bellen, want het probleem is dat deze onderzoeken zich nog slechts in een vroeg stadium bevinden en testen op mensen nog vele jaren op zich kunnen laten wachten.

Maar het is zeker een hoopvol begin. Het zou intussen wel een goed idee zijn om wat meer van deze Mediterrane kruiden in je dagelijks eetpatroon op te nemen.

[1] Anderson: Final report on the safety assessment of sodium p-chloro-m-cresol, p-chloro-m-cresol, chlorothymol, mixed cresols, m-cresol, o-cresol, p-cresol, isopropyl cresols, thymol, o-cymen-5-ol, and carvacrol in International Journal of Toxicology – 2006
[2] Mari et al: Carvacrol Promotes Cell Cycle Arrest and Apoptosis through PI3K/AKT Signaling Pathway in MCF-7 Breast Cancer Cells in Chinese Journal of Integrative Medicine – 2020
[3] Rojas-Armas et al: The Essential Oil of Cymbopogon citratus Stapt and Carvacrol: An Approach of the Antitumor Effect on 7,12-Dimethylbenz-[α]-anthracene (DMBA)-Induced Breast Cancer in Female Rats in Molecules – 2020

Olijfolie en Ouderen met Cognitieve Beperkingen

Langdurige dagelijkse consumptie van extra virgin olijflijfolie kan wel eens positieve effecten hebben bij ouderen met cognitieve stoornissen, aldus een recent Grieks onderzoek[1].

Het onderzoek testte de effecten van [1] extra vierge olijfolie van eerste persing met een hoog gehalte aan fenolen (HP-EH-EVOO), [2] extra vierge olijfolie met een gemiddeld gehalte aan fenolen (MP-EVOO) en [3] het Mediterrane Dieet.
De onderzoekers ontdekten dat HP-EH-EVOO eigenlijk gezien kan worden als een natuurlijk medicijn voor oudere volwassen met een (nog) milde cognitieve stoornis. Zo'n stoornis wordt beschouwd als een voorloper van de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer.

Hoewel er op dit moment nog geen behandeling is voor een milde cognitieve stoornis of de ziekte van Alzheimer, hebben wetenschappers op basis van eerder onderzoek besloten te onderzoeken hoe extra vierge olijfolie een rol zou kunnen spelen bij het remmen of zelfs stoppen van de ontwikkeling van milde cognitieve stoornissen.

"De resultaten van deze studie suggereren dat de langdurige consumptie van een dieet, dat al vanaf jonge leeftijd extra vierge olijfolie bevat, een beschermend effect biedt tegen de ziekte van Alzheimer en gerelateerde aandoening," zo schreven de onderzoekers.

"Een langdurige interventie met een extra vierge olijfolie-rijke Mediterrane Dieet bij 285 deelnemers met een hoog vasculair risico resulteerde in een beter cognitief functioneren in vergelijking met een controledieet", voegden ze eraan toe.

Om het verschil tussen de drie diëten - HP-EH-EVOO, MP-EVOO en het traditionele Mediterrane Dieet - te testen, hadden de onderzoekers hun patiënten in drie verschillende groepen ingedeeld.

De resultaten van de studie toonden aan dat deelnemers die de HP-EH-EVOO-variatie van de Mediterrane Dieet volgden, het beter deden in de follow-upprestaties van 12 maanden in bijna alle cognitieve domeinen van de beoordelingsschaal van de ziekte van Alzheimer, dan aanhangers van de andere twee diëten. Die patiënten deden het ook beter met het cijferbereik, dat zich richt op de werkgeheugenactiviteit en lettervloeiendheid. Bovendien deden aanhangers van de MP-EVOO-variant van de Mediterrane Dieet het beter op dezelfde cognitieve tests dan deelnemers in de controlegroep, die een standaard mediterraan dieet volgden.

Volgens de wetenschappers toonde hun onderzoek aan dat "langdurige interventie met HP-EH-EVOO of MP-EVOO geassocieerd was met een significante verbetering van de cognitieve functie in vergelijking met een Mediterraan Dieet."

[1] Tsolaki et al: A Randomized Clinical Trial of Greek High Phenolic Early Harvest Extra Virgin Olive Oil in Mild Cognitive Impairment: The MICOIL Pilot Study in Journal of Alzheimer Disease – 2020

Mediterraan Dieet en Niertransplantaties

In een onderzoek onder patiënten die na een transplantatie een nieuwe nier ontvingen, hadden patiënten die een mediterraan dieet volgden minder kans op nierfunctieverlies[1]. Uit een nieuwe studie van onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen blijkt dat het volgen van dit voedingspatroon - veel vis, fruit, groenten en noten en minder zuivel en vlees - kan helpen om niertransplantatiepatiënten een normale nierfunctie te laten behouden.
Ondanks verbeteringen in de overleving van getransplanteerde nieren in de eerste jaren na transplantatie, treedt verlies van nierfunctie binnen tien jaar nog steeds op bij meer dan een derde van de ontvangers. Nefroloog António Gomes-Neto en zijn collega’s van het UMCG onderzochten of het mediterrane dieet - dat zich richt op een hoge inname van vis, fruit, groenten, peulvruchten, noten en olijfolie samen met een lagere inname van zuivel- en vleesproducten - de niergezondheid van transplantatieontvangers helpt beschermen.

Voor dit onderzoek vulden 632 volwassen niertransplantatiepatiënten met een functionerende donornier gedurende ten minste één jaar een vragenlijst in over hun voedingspatroon. De mate waarop zij het mediterrane dieet naleefden werd beoordeeld met een 9-puntsscore. Deze groep patiënten werd gemiddeld gedurende iets meer dan vijf jaar gevolgd.

Uit het onderzoek blijkt dat hoe meer de patiënten zich hielden aan het mediterrane dieet, des te beter hun nierfunctie bleef en des te minder nierfalen zich bij hen ontwikkelde. Elke toename van 2 punten op de 9-puntsscorelijst was geassocieerd met een 29% lager risico op nierfunctiedaling en een 32% lager risico op nierfalen. Uiteindelijk ondervonden 119 ontvangers van een getransplanteerde nier een nierfunctievermindering; bij 76 van hen ontwikkelde dit zich tot nierfalen.

Volgens hoofdonderzoeker Antonio Gomes-Neto van het UMCG is er meer en meer wetenschappelijk bewijs dat de gezondheidsvoordelen van het mediterrane dieet aantoont voor de gezondheid van hart, bloedvaten en nieren. Gomes-Neto: “In deze studie laten we zien dat ontvangers van een niertransplantatie met een hogere therapietrouw minder kans hebben op functieverlies van hun niertransplantatie”.

[1] Gomes-Neto et al: Mediterranean Style Diet and Kidney Function Loss in Kidney Transplant Recipients in Clinical Journal van de American Society of Nephrology – 2020

Plantaardig en mediterraan dieet goed voor darmflora

​​​​Het eten van producten als brood, vis, peulvruchten, groente en fruit heeft een positief effect op je darmflora. Ze beschermen je darmen door bacteriën met ontstekingsremmende eigenschappen beter te laten functioneren. Het tegenovergestelde geldt voor vlees, fastfood en geraffineerde suikers. Dit blijkt uit data die onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen recent presenteerden.​
Bestrijden en voorkomen van darmziekten
De onderzoekers hebben vastgesteld dat bepaalde voedingsmiddelen - waaronder peulvruchten, brood, vis en noten - samen gaan met een hoog niveau van vriendelijke darmbacteriën die de biosynthese van essentiële voedingsstoffen bevorderen. Ook helpen ze bij de productie van vetzuren die de belangrijkste energiebron zijn voor cellen langs de dikke darm. ‘De uitkomsten ondersteunen het idee dat een plantaardig, mediterraan dieet kan bijdragen om darmziekten te bestrijden en te voorkomen’, zegt hoofdonderzoeker Laura Bolte.

Belangrijkste uitkomsten
De microben in je darmen zijn erg belangrijk voor je gezondheid, doordat ze je immuunsysteem trainen om in actie te komen wanneer ziekteverwekkers je lichaam binnendringen. De onderzoekers van het UMCG hebben gebruik gemaakt van LifeLines data en deden onderzoek bij zowel gezonde mensen als patiënten met de ziekte van Crohn, Colitis ulcerosa (chronische darmontsteking) of het prikkelbare darm syndroom (PDS). Ze vonden 49 correlaties tussen voedselpatronen en microbiële groepen en 380 associaties tussen specifieke voedingsstoffen met specifieke bacteriën en hun functionele paden. De belangrijkste uitkomsten:

​- Bij een dieet dat rijk is aan brood, peulvruchten, vis en noten, is een relatieve afname zichtbaar van potentieel schadelijke bacteriën en een lager niveau van ontstekingsmarkers in de ontlasting, waarvan bekend is dat het niveau toeneemt bij een darmontsteking;
- Meer vlees, fastfood en geraffineerde suikers eten gaat samen met een afname van gunstige bacteriële functies en een toename van ontstekingsmarkers;
- Rode wijn, peulvruchten, groenten, fruit, granen, vis en noten worden geassocieerd met een grotere hoeveelheid bacteriën met ontstekingsremmende functies;
- Plantaardige diëten gaan samen met hoge niveaus van korte-keten vetzuren, de belangrijkste energiebron voor cellen langs de dikke darm;
- Plantaardige eiwitten helpen bij de biosynthese van vitamines en aminozuren en bij de afbraak van suikeralcoholen en ammoniumuitscheiding;< BR>

Plantaardige eiwitten lieten een positieve associatie zien met darmbacteriën. De onderzoekers zagen bijvoorbeeld een verhoogd aantal bifidobacteriën bij hoge inname van plantaardige eiwitten. Bifidobacteriën hebben gunstige eigenschappen zoals het verteren van voedingsvezels en de productie van vitamines en korte-keten vetzuren. Plantaardige eiwitten zitten vooral in brood, graanproducten, peulvruchten en noten. Dierlijke eiwitten hadden juist een tegengestelde associatie met bifidobacteriën.​

Positief effect op darmecosysteem
Veel mensen hebben last van darmziekten, zegt Laura Bolte. ‘Ons onderzoek geeft meer inzicht in de relatie tussen dieet en darmziekten. Uit de resultaten blijkt dat letten op je voeding een belangrijke rol kan spelen bij de behandeling en beheersing van darmziekten. Een dieet op basis van bijvoorbeeld noten, fruit, groenten en peulvruchten, gecombineerd met matige consumptie van dierlijk voedsel zoals vis, vlees en zuivel is het beste voor je darmecosysteem.’​​

Bron.

Het parfum van Cleopatra?

Dat vrouwen een lekker geurtje wel kunnen waarderen is niets nieuws. Al in het oude Egypte werden hoogwaardige parfums geproduceerd, al diende deze ook enkele meer mondaine problemen te bestrijden. Persoonlijke hygiëne was iets dat in gebieden waar water schaars was een lastig onderwerp en daardoor hadden mensen soms wat ongewenste lichaamsgeurtjes. Ook had het nut om een parfum te dragen om de altijd agressieve insecten te weren.
Natuurlijk is het precieze recept van parfums in het Egypte ten tijde van de farao's verloren gegaan, maar een ontdekking door archeologen nabij de oude Egyptische stad Thmuis, het huidige Tell-El Timai, heeft een inkijkje gegeven in de parfums van meer dan 6000 jaar geleden. Daar vond men ovens, waarin amfora en parfumflesjes in grote hoeveelheden werden geproduceerd[1]. Deze werden geëxporteerd naar, onder andere, het klassieke Griekenland. In enkele van deze amfora ontdekten de onderzoekers ingedroogde resten van oeroud parfum. Door middel van moderne spectografische analyses kon men vaststellen welke stofjes in die resten verstopt zaten.

Die onderzoekers namen vervolgens contact op met experts in oud-Egyptische parfums, Dora Goldsmith en Sean Coughlin, die een parfum wisten te creëren op basis van de resultaten van het bovenstaande onderzoek plus oud-Griekse recepturen[2].

Hun onderzoek bracht aan het licht dat olijfolie de basis vormde van de parfums. Daaraan werden geurige kruiden en specerijen, zoals mirre, kardemom en kaneel, toegevoegd. De olijfolie zorgde er voor dat de toenmalige parfums een dikkere consistentie hadden dan de tegenwoordige versies, maar de heerlijke, zware geur bleef daardoor wel dagenlang hangen.

Uiteraard riepen de krantenkoppen direct dat het parfum van Cleopatra herontdekt was, maar juist dát is natuurlijk nooit met zekerheid te zeggen.

[1] Hudson et al: Importing Clay for Local Pottery Production in the 4th Century b.c. at Tell el-Timai, Egypt in Journal of Field Archaeology - 2018
[2] University of Hawaií News: Cleopatra's ancient parfume recreated - 30 juni 2019. Zie hier.

Olijfolie en Elenolide

Aan olijfolie wordt nogal wat wetenschappelijk onderzoek verricht. Wat deze onderzoeken vaak weten bloot te leggen zijn de specifieke stofjes die zorgen voor de gezondheidsvoordelen die Zuid-Europeanen en Noord-Afrikanen natuurlijk al eeuwenlang wisten. Het Mediterrane dieet zorgt voor een gezonder en daardoor langer leven.
Al eerder hebben we oleocanthal, oleuropein, hydroxytyrosol en vitamine E besproken, maar de wetenschap staat nooit stil en daardoor kunnen we het nu hebben over elenolide[1]. Chemisch gezien is het een stof, die gerelateerd is aan oleuropein of ligstroside, die reageert met water tot elenolidisch zuur. Dus, hoe minder water in de olijfolie aanwezig is, hoe hoger de waarden aan elenolide (kunnen) zijn.
Het was al langer bekend dat elenolide in bladeren en olijven verstopt zat, maar recent hebben onderzoekers die elenolide ook in extra viergine olijfolie aangetroffen. Het onderzoek bekeek 2,120 extra viergine olijfolies uit verschillende landen en uit verschillende oogstjaren (2010 tot 2018). De onderzoekers ontdekten dat elenolide in zo'n 80 procent van alle oliën aanwezig was van 0 to 2821 mg/kg −1.

Elenolide heeft bloeddrukverlagende eigenschappen, iets wat al sinds 1962 bekend is[2]. Daardoor levert het direct ook aanvullend bewijs voor de gezonde effecten van het consumeren olijfolie van extra hoge kwaliteit. Het kan daardoor ook dienen als een waarde om extra viergine olie met lage gehaltes aan water te onderscheiden van de wat mindere kwalteit olijfolies.

Met speciale dank aan Aimilia Rigakou, member of the Lab Group of World Olive Center for Health, Athene (Griekenland).

[1] Rigakou et al: S‐(E)‐Elenolide: a new constituent of extra virgin olive oil in Journal of the Science of Food and Agriculture – 2019 
[2] Willem Veer: Biologically active compounds and process of preparing same in United States Patent Office - 1962

Zuurgraad in Olijfolie

Om maar direct met de deur in huis te vallen: de zuurgraad van olijfolie heeft niets te maken met de smaak, maar alleen met de kwaliteit.

Zolang de olijven nog aan de boom hangen zal de zuurgraad 0 (nul) zijn. Die zuurgraad gaat omhoog indien de olijven beschadigd raken door ziekten of plagen, vorst of doordat de tijd tussen plukken en  verwerken te lang is geweest. . 
De vrije zuurgraad (free acidity) wordt gedefinieerd als het percentage van vrije vetzuren (in grammen) per 100 gram olijfolie. Die vrije vetzuren zijn voornamelijk oliezuur.

Chemisch is de aanwezigheid van deze vrije vetzuren te verklaren door een reactie (lipolyse), die aanvangt wanneer enzymen (die van nature aanwezig zijn in de pulp en pit van de olijf) in aanraking komen met de olie (die normaal opgesloten zit in een blaasje, de vacuole) als gevolg van beschadiging van de olijf. De olijfolie wordt daardoor deels omgezet in oliezuur.

Het is dus duidelijk dat, hoe lager het percentage aan vrije vetzuren, hoe beter de kwaliteit van de olijfolie zal blijken te zijn.

De Europese Commissie heeft enkele definities vastgesteld om de consument duidelijk te maken welke kwaliteit olijfolie hoort bij welke zuurgraad.
- Extra vierge olijfolie: 'Extra Maagdelijke' Olijfolie van de eerste persing. Olijfolie met een gehalte aan vrije vetzuren van niet meer dan 0.8 gram per 100 gram;
- Vierge Olijfolie: 'Maagdelijke' Olijfolie met een gehalte aan vrije vetzuren van niet meer dan 2.0 gram per 100 gram;
- Lampante Olijfolie: 'Lampolie'. Niet geschikt voor menselijke consumptie, maar werd (en wordt) gebruikt voor verlichting. Met deze benaming wordt iedere olijfolie aangeduid met een hogere zuurgraad dan 2.0%, inclusief Vierge olijfolie die is verontreinigd en niet meer aan de eisen voldoet.
Het is dus geen wonder dat producenten van de hoogste (Premium) kwaliteit olijfolie dat percentage zo laag mogelijk proberen te krijgen. Kwaliteitsbewuste producten hebben recent zelfs een nieuwe standaard ingesteld, waarbij een olijfolie met een zuurgraad van onder de 0.3 procent als Ultra Premium kan worden aangemerkt.

Een percentage van 0.2 wordt gewoonlijk gezien als het praktisch uiterst haalbare voor producenten. Maar dan heb je ook ook een perfecte olijfolie in huis, waar de producent met trots kan zeggen dat de kenmerken van zijn olijfolie zijn: 'Rich fruity aroma, with an essence of Cretan herbs. Spicy, with an intense, lingering aftertaste, freshly-cut grass aroma and subtle notes of citrus fruits, which give a remarkable balance'.

Olijfolie en Hydroxytyrosol

Olijfolie zit boordevol gezonde stoffen. Behalve het feit dat de olie zelf vrijwel volledig bestaat uit meervoudig onverzadigde vetzuren bestaat, zitten er ook in veel kleinere hoeveelheden andere stofjes in met soms onverwachte gezondheidsvoordelen.

We hebben het al eerder gehad over de vrij recent ontdekte stofjes Oleocanthal (zie hier) en Oleuropein (zie hier), maar ook Hydroxytyrosol blijkt een zeer interessant stofje te zijn. Hydroxytyrosol is een fytochemische stof die onderwerp van onderzoek is vanwege de sterke antioxiderende werking. Het komt vooral voor in groene olijven en olijfbladeren, in mindere mate in olijfolie. Oleuropein is een voorloper van Hydroxytyrosol, dat na verloop van tijd degradeert tot Hydroxytyrosol.

Zwarte olijven worden 'gekleurd' met ijzergluconaat en juist ijzerzouten zorgen voor een snelle oxidatie van Hydroxytyrosol. Daardoor bevatten zwarte olijven veel minder Hydroxytyrosol dan groene olijven.
Er wordt tegenwoordig intensief wetenschappelijk onderzoek verricht aan Hydroxytyrosol, omdat uit voorlopige onderzoeken al is gebleken dat het mogelijk een positief effect heeft op de cholesterolwaarden in het bloed (bloedvetgehalte ofwel blood lipid levels). Met andere woorden: Hydroxytyrosol heeft vermoedelijk een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten[1].

Als je moet kiezen welke olie je zou moeten gebruiken bij het bereiden van je dagelijkse maaltijden, dan is het antwoord niet zo moeilijk: olijfolie van de allerbeste kwaliteit.

[1] Tejada et al: Cardioprotective Effects of the Polyphenol Hydroxytyrosol from Olive Oil in Current Drug Targets - 2017

FDA: Oliezuur is gezond

De Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) heeft via een persbericht een nieuwe toegestane gezondheidsclaim gemeld: het consumeren van oliën met hoge niveaus aan oliezuur vermindert de kans op het krijgen van een hartinfarct. Zie hier.
Leveranciers moegen nu (in de Verenigde Staten) op het label van hun producten het volgende vermelden: supportive but not conclusive scientific evidence suggests that daily consumption of about 1½ tablespoons (20 grams) of oils containing high levels of oleic acid, may reduce the risk of coronary heart disease. De claim moet ook duidelijk maken dat, om het gewenste effect te verkrijgen, je ongezonde oliën, zoals kokosolie, zou meten vervangen door gezonde oliën (zoals olijfolie).

Oliezuur (cis-9-octadeceenzuur), oleic acid of oleïne is het belangrijkste onverzadigd omega-9-vetzuur en komt van nature veel voor in olijfolie, raapzaadolie, zonnebloemolie (20-84%) en arachide-olie. Het grote verschil die zonnebloemolie vertoont heeft te maken met een speciaal geteeld ras dat bekend staat als 'high oleic sunflower'.
Het toont maar weer eens aan hoe gezond olijfolie is. Het opnemen van voldoende olijfolie in je dagelijkse eetpatroon zal dus kunnen zorgen voor een verminderde kans op het krijgen van een hartinfarct.

Het is bovendien weer een behoorlijke tegenslag voor mensen die ondanks alle negatieve wetenschappelijke onderzoeken maar blijven geloven dat kokosolie zo gezond is.

Olijfolie en Vitamine E

Vitamine E is de meest potente vetoplosbare antioxidant. Wat wij vitamine E noemen zijn eigenlijk tocoferolen, een tweetal klassen van organische chemische stofjes: tocoferolen (α, β, γ en δ) en tocotrienolen (α, β, γ en δ). Van die acht is α-tocoferol de belangrijkste en meest actieve vorm van vitamine E.
Volgens het Voedingscentrum beschermt vitamine E de cellen, celwand, bloedbaan en weefsel. Vitamine E voorkomt dat die onderdelen van je lichaam beschadigd raken door oxidatie van onverzadigde vetzuren. Bovendien reguleert vitamine E ook de stofwisseling in de cel.

Vitamine E is echter gevoelig voor verhitting, met name als er ook zuurstof aanwezig is. Duidelijk is daarom dat alleen koud-geperste extra vierge olie de hoogste waarden aan vitamine E zal bevatten

De waarden van vitamine E in plantaardige oliën variëren bijna jaarlijks als gevolg van klimaat of neerslag. Je kunt er vanuit gaan dat hoe meer zon er schijnt, hoe meer vitamine E er door de plant (of boom) wordt aangemaakt. Het is echter de variëteit of cultivar die de waarde van vitamine E het meest beïnvloedt.

Een onderzoek van tientallen verschillende Griekse olijfoliemerken toonde tocoferolwaarden aan tussen 130 tot 330 mg/kg, waarvan alpha-tocoferol het grootste deel uitmaakt (tussen 120 tot 250 mg/kg). Olie van de Koroneiki cultivar bleek de hoogste waarden te bevatten van meer dan 300mg/kg[1].
[Koroneiki Cultivar]
Zijn die waarden hoog? Hoger dan vergelijkbare plantaardige olien? Zonnebloemolie kan soms waarden bereiken van bijna 500 mg/kg. Dát is pas hoog, maar olijfolie bevat dan weer Oleocanthal en Oleuropein. Daar kan zonnebloemolie weer niet aan tippen.

[1] Psomiadou et al: alpha-tocopherol content of Greek virgin olive oils in Journal of Agricultural Food and Chemistry – 2000.

Oudste olijfolie van Italië gevonden

In de jaren 90 van de vorige eeuw werden de restanten van een grote aardenwerken pot gevonden nabij Castelluccio op Sicilië (Italië). Medewerkers van het Museo archeologico te Syracuse hebben jarenlang gepuzzeld om de meer dan 400 brokstukjes aan elkaar te passen. Uiteindelijk is het museum nu in het bezit van een ei-vormige pot met een hoogte van iets meer dan een meter.
De vorm van de bewaarpot plus andere archeologische vondsten op dezelfde plaats leken op Siciliaans aardewerk dat gedateerd kon worden circa 2000 vChr. Dat is daar de vroege Bronstijd.

Omdat wetenschappers altijd nieuwsgierig zijn wilden ze weten wat er ooit in die pot gezeten had. Daarom deden ze serie wetenschappelijke testen en het bleek dat ze in staat waren om aan te tonen dat er sporen van oliezuur en linolzuur op de binnenkant van de pot zaten. Die stofjes zijn de chemische 'handtekening' van olijfolie[1].

De datering van circa 2000 vChr betekent dat de geschiedenis van de productie van olijfolie in Zuid-Italië met meer dan 700 jaar verlengd wordt. De enige andere oude datering van olijfolie werden eerder in de omgeving van Cosenza en Lecce gevonden. Die stamden uit ongeveer uit de 12de en 11de eeuw voor Christus.

[1] Tanasi et al: 1H NMR, 1H-1H 2D TOCSY and GC-MS analyses for the identification of olive oil on Early Bronze Age pottery from Castelluccio (Noto, Italy) in Analytical Methods – 2018

Olijven uit Noordwest-Spanje

De Spaanse provincie Galicië ligt in het noordwesten van het land. Het grenst aan twee zijden aan de koude Atlantische Oceaan en de vele stormen maken de Golf van Biscaye een berucht vaarwater voor zeelieden.

Het lijkt dus niet écht een goed klimaat om olijfbomen te telen. Die houden immers veel meer van de zwoele warmte van de Middellandse Zee. Toch gedijen ook daar een tweetal locale variëteiten, de Brava en de Mansa.
Onderzoekers hebben recent onderzocht of er een genetische verwantschap bestond tussen de twee Gallische soorten en die van de rest van de wereld[1]. Ze maakten gebruik van de 800 variëteiten olijven uit 23 landen, die bewaard worden in de World Olive Tree Germplasm Bank in Córdoba (WOGBC) in het Zuid-Spaanse Andalucia.

Ze bekeken 32 verschillende olijfbomen. Uit de analyse bleek dat 75 procent van de olijfbomen van de Brava cultivar waren en 22 procent van de Mansa cultivar. De resterende drie, locaal Picuna genoemd, konden niet aan een bestaande cultivar gelinkt worden.

Al eerder wisten onderzoekers, onder leiding van Patrica Reboredo-Rodríguez, vast te stellen dat deze olijfbomen boordevol gezonde stofjes, geur en smaak zitten[2]. Een echte aanrader dus.

[1] Reboredo-Rodríguez et al: Genotypic and phenotypic identification of olive cultivars from north-western Spain and characterization of their extra virgin olive oils in terms of fatty acid composition and minor compounds in Scientia Horticulturae – 2018
[1] Reboredo-Rodríguez et al: Characterization of virgin olive oils produced with autochthonous Galician varieties in Food Chemicals – 2016

Een bijzondere olijf: Makri

De Elaiolado Makris of kortweg Makri is een inheems Grieks olijvenras die wordt gecultiveerd rond Alexandroupoli, gelegen in noordoost Griekenland dichtbij de landgrens met Turkije.
Dit is een speciaal stukje Griekenland, dat ooit bekend stond als Thracië. Het is het meest noordelijke deel van Griekenland waar men in staat is om olijven te telen. De specifieke omstandigheden (bergachtig kustgebied) zorgen voor plaatselijke droge zomers en koude winters.

De Makri is mild smakende olijf met delicate fruitige aroma's van groene bananen, versgeplukte kruidige bloemen en artisjok, maar ook met een perfecte balans tussen bitter en kruidig.

Doordat dit olijvenras zo specifiek is voor deze zo historische omgeving hebben boeren in januari 2018 een beschermde status bij de EU aangevraagd: de Protected Designation of Origin (PDO). Nu is het afwachten of deze aanvraag gehonoreerd wordt.

Er bestaan al 19 geregistreerde Griekse olijvenvariëteiten met het PDO-label, terwijl er 11 in het bezit zijn van het iets minder strenge Protected Geographical Indication (PGI). Naast de Makri is ook het ras Krista nog in afwachting van de beslissing van de EU.

Leverschade: Zonnebloemolie vs. Olijfolie

Non-Alcoholic Fatty Liver Disease (NAFLD) ofwel een vervetting van de lever die niet door overmatig alcoholgebruik ontstaan is, is het beginstadium van allerlei andere leverproblemen. Als die vervetting overgaat in een ontsteking dan ontstaat Non-Alcoholic Steatohepatitis (NASH) ofwel niet-alcoholische leverontsteking. Het is een ernstige aandoening die ongemerkt kan leiden tot andere ziektebeelden als levercirrose en leverkanker.
De oorzaak van zowel NAFLD als NASH wordt gezocht in de ongezonde levensstijl die in de westerse wereld zo vaak voorkomt. Denk aan fast food (met transvetten) en soft drinks (met suiker). De laatsten zijn in verband gebracht met NAFLD door hun hoge gehalte aan het zogenaamde high-fructose corn syrup. Het is een vorm van intens sterke sucrose of fructose. Dat zet zich als vet vast in je lichaam.

Maar ook zonnebloemolie lijkt tot dezelfde effecten te kunnen leiden. Dat lijkt logisch omdat zonnebloemolie uit vet bestaat, maar toch bestaat dit product voor het grootste deel uit gezonde meervoudig onverzadigde vetzuren (verzadigde vetten 9-15% – enkelvoudig onverzadigde vetzuren 15-26% – meervoudig onverzadigde vetzuren 62-70%).

Er is nu onderzoek verricht naar de effecten van olijfolie, zonnebloemolie en visolie op de levers van laboratoriumratten[1]. Het onderzoek toont aan dat vet zich gedurende het leven ophoopt in de lever, maar het meest opvallend was dat de ophoping afhangt van het type vet dat je langdurig consumeert. Sommige levers worden daardoor gezonder oud met als gevolg dat ze minder vatbaar zijn voor allerhande ziektes.
Het bleek dat van de bestudeerde oliën olijfolie de beste keus was om je lever te beschermen. Het onderzoek toonde ook aan dat zonnebloemolie in de lever nogal wat schade tot gevolg had: fibrose, structurele veranderingen, remmingen van genexpressie en een hoge oxidatie. Visolie versterkte versterkte de oxidatie, is dus ook een pro-oxidant (en geen anti-oxidant) en kan daardoor leiden tot leverschade, leevrveroudering en zelfs leverkanker.

Onderzoekers kwamen tot de conclusie dat olijfolie de meest gezonde keuze was. Ze stellen was dat de resultaten van hun onderzoek zeer nuttig zal blijken te zijn bij het voorkomen en behandelen van diverse leveraandoeningen.

[1] Varela-Lopez et al: Gene pathways associated with mitochondrial function, oxidative stress and telomere length are differentially expressed in the liver of rats fed lifelong on virgin olive, sunflower or fish oils in The Journal of Nutritional Biochemistry – 2018

Chanoeka en olijfolie

Chanoeka (of Hanukka) is een Joodse feestdag die de herinwijding van van de (tweede) Tempel van Jeruzalem om 164 vChr herdenkt. Het woord chanoeka ( חֲנֻכָּה) betekent 'inwijding', maar het festival staat ook bekend als 'het feest van de lichtjes'.

Het feest start na zonsondergang van de 24e dag van de Hebreeuwse maand Kislev en die dag kan, als gevolg van de Gregoriaanse kalender, vallen tussen eind november en eind december.
Het feest duurt acht nachten en acht dagen, ter nagedachtenis aan het 'chanoekawonder' in de Tempel van Jeruzalem. Het wonder bestond uit het feit dat er maar één kruikje niet-heiligde olie beschikbaar was, normaal slechts genoeg voor één dag. Door een wonder bleef de Menorah op dat kleine beetje olie toch acht dagen en nachten branden. Dat was precies de duur van het feest van de herinwijding van de tempel en precies genoeg om opnieuw heilige olie te maken.

Het festival wordt tegenwoordig in ieder huis gevierd door kaarsen op een negenarmige kandelaar, de menora, aan te steken. Vroeger gebruikte men echter geen kaarsen, maar olijfolie.

In de periode waarin het wonder plaatsvond was olijfolie in het hele Midden-Oosten de meest toegepaste olie. Andere oliën werden nauwelijks gebruikt.
Overigens kan Chanoeka qua tijdstip dus gelijk worden gesteld met Kerstmis. Met Kerstmis wordt door christenen de geboorte van Christus gevierd, maar de Germanen vierden rond diezelfde tijd van het jaar de winterzonnewende (21 december) hun midwinterfeesten of joelfeesten, waarbij het boze werd verjaagd en het licht werd begroet. In de Scandinavische landen heet Kerstmis tot op de dag van vandaag jul (van het Oud-Noorse yól) en dat woord kan in verband worden gebracht met het Engelse joke. Hier hebben we het soms over joelfeesten.

Eten tegen reumatoïde artritis

Ouderdom komt met gebreken, zo weet iedereen. Kwetsbare onderdelen van het lichaam zijn altijd de gewrichten. Soms is het pure slijtage (artritis), maar soms worden die gewirchten aangevallen door het eigen immuunsysteem. Dan heb je last van reumatoïde artritis en ontstaan gewrichtsontstekingen. Reumatoïde artritis kan sluipend beginnen of plotseling ontstaan. Het is een chronische ziekte met een grillig verloop.
Ondanks veel onderzoek is nog steeds niet precies bekend waardoor reumatoïde artritis wordt veroorzaakt. Vermoedelijk raakt het afweersysteem ontregeld door een samenspel van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren, zoals roken en overmatige alcoholgebruik[1]. Het afweersysteem slaat 'op hol', waardoor er bepaalde stoffen vrijkomen. Deze vrijkomende ontstekingsfactoren veroorzaken ontstekingen in gewrichten, pezen, spieren of organen, en soms ook in bloedvaten of rond zenuwen. De ontstekingen zijn meestal chronisch.

Dat is geen goed nieuws. Huisartsen schrijven veelal ontstekingsremmers voor om de klachten wat binnen de perken te houden. Wetenschappen vragen zich al jaren af of bepaalde dieten of voedingsmiddelen wellicht kunnen helpen om reumatoïde artritis te voorkomen of de klachten daarvan te verminderen.
Nu zijn alle bestaande onderzoeken eens in een groter verband bekeken en het blijkt dat een zestal voedingsmiddelen de klachten die verband houden met reumatoïde artitis kunnen verminderen: olijfolie, blauwe bessen, pruimen, gember, kanariezaad en groene thee. Ook vonden onderzoekers dat het Mediterrane dieet positief uitpakte voor deze aandoening. Het Kretenzische Mediterrane dieet leverde de meest positieve effecten op[2].

Nu kunnen we voor olijfolie wel een verklaring ontdekken waarom juist dit voedingsmiddel zulke positieve effecten op reumatoïde artritis kan hebben: olijfolie bevat oleocanthal en oleuropein. Die stofjes hebben een werking die gelijkwaardig is aan iboprufen. Door veel olijfolie in je gerechten te gebruiken creëer je dus een soort subklinische dosis aan ontstekingsremmers.

Dan is ook direct verklaard waarom het Kretenzische dieet het allerbeste is, want die olijven bevatten de hoogste hoeveelheden oleocanthal en oleuropein.

[1] Hazes et al: Lifestyle and the risk of rheumatoid arthritis: cigarette smoking and alcohol consumption in Annals of Rheumatic Disease - 1990
[2] Khanna et al: Managing Rheumatoid Arthritis with Dietary Interventions in Frontiers in Nutrition – 2017

Griekenland: Oogstverwachting 2017/18

OliveNews schat dat de totale Griekse olijvenoogst tussen de 260,000 en 280,000 ton zal liggen. Uiteraard kan er nog van alles gebeuren, waardoor de data voortdurend aangepast kan worden.

 Na de slechte oogst van 2016/17 lijkt het er op dat de productie over 2017/18 een stuk beter zal zijn. De positieve weersomstandigheden gedurende de afgelopen winter (regen, kou en sneeuw) hdbben alvast geholpen. Toch is het weer in de lentemaanden wat slechter geweest: de droogte begon vroeg om zich heen te grijpen. Daardoor is in sommige gebieden de voorsprong van de ontwikkeling van de Griekse olijven wat vertraagd.
De kaart geeft een voorlopig beeld van de oogst van de Griekse olijven.

Olijfolie, omega-3-verzuren en bacteriën

Een recent onderzoek lijkt er op te wijzen dat omega-3-verzuren, die 'verstopt' zitten in extra virgine olijfolie, vette vis en walnoten, bepaalde bacteriën kunnen neutraliseren[1]. Het gaat dan voorlopig alleen om een bacteriesoort, de Listeria monocytogenes, die listeriosis kan veroorzaken. Listeriosis kan leiden tot een soms dodelijke hersenvliesontsteking of hersenontsteking.
Omega-3-verzuren bestrijden deze bacterie doordat het bepaalde genen deactiveert. De bacterie gaat niet dood, maar er worden slechts enkele genen uitgeschakeld. Het bijzondere is dat dit gebeurt zonder dat er resistentie tegen medicijnen optreedt. Bij het onderzoek bleek dat de omega-3-verzuren maar een half uur nodig hadden om die bacteriën te neutraliseren.

“het is interessant dat volkomen natuurlijke, volstrekt ongevaarlijk en zelfs gezonde vetzuren toegepast kunnen worden om gevaarlijke bacteriën in het gareel te houden,” verklaart professor Birgitte Kallipolitis. “Op de lange termijn kan dit zelfs leiden tot nieuwe behandelingsmethodes. Niet alleen tegen Listeria, maar ook tegen andere gevaarlijke bacteriën die nu al resistent geworden zijn tegen antibiotica.”
Listeriosis ontstaat door voedselvergiftiging. Bronnen van een listeriabesmetting zijn vaak ongepasteuriseerde melk, zachte kaasjes en voorverpakt vlees. In de Verenigde Staten worden er jaarlijks 1,600 gevallen van vergiftiging gemeld. Daarvan overlijden er uiteindelijk 260.

“Bacteriën ontwikkelen resistentie tegen aanvallen en vaak resulteert dat in nog grotere problemen, zei Birgitte Kallipolitis. “Het is misschien een veel betere strategie om ze te laten leven, maar hun vermogen om ziekte te veroorzaken te neutraliseren.”

En daar ben ik het helemaal mee eens.

[1] Sternkopf Lillebæk et al: Antimicrobial medium- and long-chain free fatty acids prevent PrfA-dependent activation of virulence genes in Listeria monocytogenes in Research in Microbiology – 2017

Een bijzondere olijf: Ladoelia

De Ladoelia (Λαδοελια) is eigenlijk de enige cultivar die inheems is op Cyprus en op grote schaal verbouwd wordt. Dit olijvenras wordt voornamelijk gebruikt voor de productie kleine zwarte tafelolijven en uiteraard de smaakvolle olijfolie. Je zult de olijfolie niet in Cypriotische winkels of zelfs in het buitenland aantreffen, want de kostbare en kostelijke olie wordt slechts aan familieleden en vrienden verkocht. De naam Ladoelia zegt het eigenlijk al: het betekent 'locaal'. Het is dus de locale olijf.
Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat olijfbomen al rond het jaar 2,100 vChr werden geplant. In de Middeleeuwen waren olijfbomen het meest voorkomende gewas op Cyprus, het resultaat van de intense zomerhitte op het eiland. Niet veel andere gewassen konden in die hoge temperaturen gedijen. Pas in de 19de eeuw – toen de Britten het eiland in bezit hadden genomen – werd er werk gemaakt om de productie te professionaliseren en daardoor die productie te verhogen. Nog steeds bestaan op Cyprus uitgestrekte bossen van wilde olijfbomen.

Na onderzoek bleek de Ladoelia een variabele mix van enkele andere locale rassen[1]. Hij heeft zich in de loop der millennia op een natuurlijke manier weten aan te passen aan het locale klimaat. Een probleem is dat dit ras maar om het jaar olijven oplevert.

[1] Gregoriou; Genetic diversity and evaluation of thirty-one clones of the Local or Ladoelia olive variety in Cyprus in Proceedings Second International Seminar Olivebioteq – 2006

Ouder worden met olijfolie?

Op het eiland Ikaria, de mythische woonplaats van Icarus, wiens vleugels smolten toen hij te dicht richting de zon vloog, wonen slechts 8,000 Grieken. Eén op de drie bewoners wordt ouder dan 90 jaar, terwijl veel van hen ook nog eens gemakkelijk de 100 halen.

Maar niet alleen leven de Ikarianen langer, ze zijn ook nog eens in het bezit van een goede gezondheid en sterven uiteindelijk op de natuurlijke manier van ouderdom[1].
Het geheim van Ikaria is eindelijk ontdekt. Matige dagelijkse beweging, af en toe een middagdutje, leven in een zorgzame gemeenschap en je niet druk maken over tijd of tijdsdruk. Maar het meest belangrijke onderdeel is het dieet van Ikaria: veel groente en veel Griekse olijfolie.

Bijna alle olijfboomgaarden op Ikaria zijn ontstaan als gevolg van het enten van wilde olijfbomen die daar al sinds de tijd van de oude Grieken groeiden. Het betekent dat die bomen niet een uitbundige olijvenoogst opleveren. De productie is maar klein en de locale bewoners hebben dus maar weinig over aan het einde van het seizoen.

De olijvenoogst is een belangrijke seizoensgebonden activiteit van een typische Ikariaanse huishouding. Zij die geen eigen olijfbomen hebben gaan diegenen, die ze wel hebben, helpen. In plaats van geld krijgen ze een deel van de opbrengst. Aggelos Politis, eigenaar van een locale olijfpers, vertelde dat alle locale producenten veel zorg besteden aan hun olijven want de olijfolie moet ook hun eigen familie voeden en gezond houden.

De honderdjarigen van Ikaria zijn zich heel bewust van het effect van olijfolie op hun leven. Jij weet het nu ook.

[1] Georgiopoulos et al: Arterial aging mediates the effect of TNF-a and ACE polymorphisms on mental health in elderly individuals. Insights from IKARIA study in Monthly Journal of the Association of Physicians - 2017  

Het Mediterrane Dieet en Borstkanker

Een (jawel) Nederlands onderzoek ontdekte dat een dieet dat rijk is aan fruit, groenten, vis en olijfolie er toe leidt dat vrouwen 40% minder kans hebben op het krijgen van de agressieve vorm van borstkanker[1]. Het gaat dan om het type oestrogeenreceptor-negatieve borstkanker, dat vooral vrouwen treft die de overgang achter de rug hebben.

Ongeveer een derde van alle gevallen van borstkanker zijn van dit type. Deze vorm van borstkanker is lastiger te bestrijden omdat het niet met hormoontherapie bestreden kan worden. Dat leidt tot een lagere overlevingskans.
Het Nederlandse onderzoek volgde 20 jaar lang 60,000 vrouwen die tussen de 55 en 69 jaar oud waren. De resultaten duiden erop dat deelnemers, die stikt een Mediterraan dieet volgden, een 40% lagere kans hadden op het ontwikkelen van oestrogeenreceptor-negatieve borstkanker.

In Italië is in 2016 ook een onderzoek gedaan naar de effecten van een Mediterraan dieet en kanker[2]. Daar deden 307 vrouwen aan mee die behandeld waren voor borstkanker. 199 van hem volgden stikt het Mediterrane dieet, terwijl de rest hun reguliere voedingspatroon volgde. Na drie jaar bleek dat 11 van de vrouwen, die 'gewoon' bleven eten, een terugval te hebben gehad. Van de vrouwen, die Mediterraan aten, ontwikkelde niemand opnieuw borstkanker.

Het was al langer bekend dat een voedingspatroon met veel olijfolie een middel kan zijn om het aantal gevallen van kanker te verminderen[3].

[1] Van den Brandt, Schulpen: Mediterranean diet adherence and risk of postmenopausal breast cancer: results of a cohort study and meta-analysis in Cancer Epidemiology -2017
[2] Biasini et al: Effect of Mediterranean Diet on the prevalence of breast cancer relapse: preliminary results of the “SETA PROJECT” in Annals of Oncology – 2015
[3] Schwingshackl, Hoffmann: Adherence to Mediterranean diet and risk of cancer: an updated systematic review and meta-analysis of observational studies in Cancer Medicine – 2015

Het Mediterrane dieet en ADHD

Kinderen, die de diagnose ADHD hebben gekregen, krijgen te vaak, te veel en te vroeg gevaarlijke stimulantia als methylfeniaat (Ritalin, etc) voorgeschreven om de symptomen van het probleem te bestrijden en te onderdrukken. Omdat wetenschappelijk bewezen is dat het volgen van het Mediterrane dieet positieve effecten op lichaam en geest kan hebben, vonden Spaanse wetenschappers het de moeite waard om eens te kijken of er enig effect waar te nemen zou zijn wanneer kinderen met ADHD over zouden stappen op dat smakelijke dieet[1].
Aan het onderzoek deden 120 kinderen mee in de leeftijd van 6 tot 16 jaar. De helft van deze kinderen had de diagnose ADHD gekregen. De kinderen (en hun ouders) kregen de opdracht om aan te geven wat hun reguliere eetpatroon was. De gegevens werden gebruikt om vast te stellen of er enige overeenkomst te zien was tussen het wel of niet volgen van het Mediterrane dieet en het wel of niet hebben van ADHD.

Van de kinderen mét ADHD bleek zo'n 30 procent het Mediterrane dieet te volgen, terwijl 63 procent van de kinderen zonder ADHD dat dieet volgde. Het bleek dat kinderen met ADHD gemiddeld minder fruit, groente en vette vis aten, terwijl ze meer fast food en jusk food aten.

Op basis van de cijfers concludeerden de onderzoekers dat een kind die niet of nauwelijks het Mediterrane dieet volgde, een drie tot zeven maal zo grote kans had op ADHD.

Natuurlijk bewijst dit onderzoek nog niets. Oorzaak en gevolg kunnen eenvoudig omgedraaid worden door te stellen dat iemand met ADHD vaak beslissingen neemt op korte termijn en zich dus vaker laat leiden door impulsieve aankopen.

Toch schrijven de onderzoekers dat 'Onze gegevens ondersteunen het idee dat niet alleen 'specifieke voedingsstoffen', maak ook het 'hele voedingspatroon' in gedachten moet orden gehouden bij ADHD' ('Our data support the notion that not only ‘specific nutrients’ but also the ‘whole diet’ should be considered in ADHD').

Het Mediterrane dieet wordt tegenwoordig algemeen aanbevolen vanwege diens gezonde effecten. Het bestaat uit het eten van veel fruit, groenten, bonen, noten, volkorenproducten en olijfolie. Daarbij moet vette vis vaker de plaats innemen van vlees en gevogelte. Zout zou vervangen moeten worden door smakelijke kruiden en specerijen.

Van ADHD is bekend dat het in verband wordt gebracht met abnormaliteiten in de structuur van de celmembranen van de neuronen in de hersenen. Deze cellen bestaan deels uit omega-3 vetzuren die voor 'neuroprotectie' zorgen en het brein in staat stellen zichzelf te corrigeren.

Het Mediterrane dieet heeft een zeer hoog gehalte aan gezonde omega-3 vetzuren uit de vette vis, plus de vele meervoudig onverzadigde vetzuren die in olijfolie en avocado's verstopt zitten. De theorie is nu dat al dat goede in de hersenen wordt opgenomen en potentieel geheugen, aandacht, stemming en zelf leren kan verbeteren. Omdat het Verzadigde vetten kunnen de hersenen en centraal zenuwstelsel 'verharden'. Het Mediterrane dieet veel minder verzadigd vet bevat dan andere diëten en zorgt daarmee dus ook voor een extra bescherming.

Olijfolie bevat verder stofjes als oleocanthal en oleuropein. Niet alleen zijn dat sterke antioxidanten, maar ze hebben ook ontstekingsremmende eigenschappen. De werking doet wetenschappers denken aan die van ibuprofen. De werking van ibuprofen is gebaseerd op de remming van de zogenaamde cyclo-oxygenase-enzymen (COX). Deze enzymen zijn belangrijk voor de aanmaak van de stof prostaglandine. Prostaglandine is een stof die door het afweersysteem wordt aangemaakt op plaatsen waar het lichaam letsel heeft of waar er ontstekingen zijn. Ook oleocanthal heeft een remmend effect op die cyclo-oxygenase-enzymen. Van ADHD'ers wordt namelijk vaak gedacht dat ze vaak last hebben van subklinische ontstekingen[2] en dus zou olijfolie daar een perfecte natuurlijke oplossing voor zijn.

[1] Ríos-Hernández et al: The Mediterranean Diet and ADHD in Children and Adolescents in Pediatrics – 2017. Zie hier.
[2] Donfrancesco et al: Serum cytokines in paediatric neuropsychiatric syndromes: focus on Attention Deficit Hyperactivity Disorder in Minerva Pediatrics – 2016

Olijfolie en Hersenvolume

Als mensen ouder worden zal het volume van de hersenen afnemen, een probleem dat de cognitieve vaardigheden negatief beïnvloedt. Nieuw onderzoek heeft aanwijzingen gevonden dat het volgen van het mediterrane dieet kan helpen om het volume van het brein te behouden[1]. Dit zou kunnen zorgen voor een minder grote vermindering van geheugen en vaardigheid om te leren
Het Mediterrane dieet houdt in dat je olijfolie als je primaire vetsoort gebruikt plus grotere hoeveelheden aan fruit, groenten, noten, bonen en volkorenproducten. Dat wordt aangevuld met het matig gebruik van melkproducten, vis en rode wijn, maar daartegenover staat een lage consumptie van gevogelte en roodvlees.

In het onderzoek werden gegevens verzameld over de eetgewoonten van 967 bejaarden van rond de 70 jaar oud met normale cognitieve functies. Van deze groep ondergingen 562 een MRI-scan om de dikte van de cortex te meten. Na drie jaar kwamen 401 van hen terug en kregen een tweede scan. De resultaten werden vervolgens vergeleken met het gevolgde dieet van de proefpersonen.

Het bleek dat zij, die niet (genoeg) het Mediterrane dieet hadden gevolgd, een groter verlies aan hersenvolume hadden dan zij, die dat dieet beter gevolgd hadden. Degenen die het beste het Mediterrane dieet hadden gevolgd hadden slechts de helft van de afname van het hersenvolume dan dat je kon verwachten op basis van de normale effecten van veroudering.
Bovendien bleek dat, in tegenstelling tot eerder onderzoek, het eten van meer vis en minder vlees geen invloed had op het behoud van hersenvolume. Het is dus mogelijk dat andere componenten van dat dieet verantwoordelijk zijn voor de positieve gevolgen of dat het te maken heeft met de combinatie van de componenten.

Eerder onderzoek had al aangetoond dat hoe vroeger iemand met het Mediterrane dieet was begonnen, hoe groter de effecten op de gezondheid zou zijn. Toch is het nooit te laat om gezond te gaan eten.

Luciano et al: Mediterranean-type diet and brain structural change from 73 to 76 years in a Scottish cohort in Neurology – 2017