Een erfenis uit de Romeinse tijd
De oorsprong van agliata reikt terug tot de Romeinse oudheid. In combinatie met azijn vormde knoflook een ideale basis voor een saus die zowel de smaak van gerechten versterkte als de houdbaarheid van vlees en vis verbeterde in een tijd zonder koeling.
Na de val van het Romeinse Rijk bleef de saus voortleven in de regionale keukens van Noordwest-Italië, waar ze vooral in Ligurië een vaste plaats verwierf. Dat blijkt onder meer uit de Liber de Coquina ('Het Boek der Kookkunst'), een van de oudste bewaard gebleven Italiaanse kookboeken uit de 13de en 14de eeuw. Daarin wordt agliata aanbevolen als een saus die bij vrijwel alle soorten vlees past, een aanwijzing dat zij toen nog steeds tot de gevestigde culinaire traditie behoorde.
![]() |
| [de Liber de Coquina en het recept van agliata] |
De naam agliata is rechtstreeks afgeleid van het Italiaanse aglio, dat 'knoflook' betekent. In delen van Ligurië wordt de saus ook aggiada genoemd, een benaming die nog altijd in het lokale dialect voorkomt.
Ingrediënten:
- verse knoflook (geplet of fijngesneden).
- extra vergine olijfolie.
- broodkruimels, bij voorkeur van oud brood.
- wittewijnazijn.
- zout en peper.
Bereiding:
- De broodkruimels worden eerst even geweekt in de wijnazijn en vervolgens goed uitgeknepen. Daarna worden ze vermengd met de knoflook, zout en peper. Ten slotte wordt de olijfolie langzaam onder voortdurend kloppen toegevoegd, zodat een stevige en romige emulsie ontstaat. Naargelang de gewenste consistentie kan de saus iets dikker of dunner worden gemaakt.
Regionale varianten
Zoals veel historische gerechten kende ook agliata verschillende plaatselijke varianten.
Een weinig bekende versie is porrata, waarin prei (porro) de knoflook vervangt. Hierdoor ontstaat een wat zachtere saus met een mildere, licht zoete smaak.
Zelden tref je de agliata bianca of agliata alle noci aan, waarin fijngemalen walnoten worden verwerkt. Deze witte variant wordt door sommige culinaire historici beschouwd als een mogelijke voorloper van latere Ligurische specialiteiten, waaronder de beroemde pesto.
In de aangrenzende Franse Provence ontwikkelde zich de rouille, een pittige saus die eveneens bestaat uit knoflook, olijfolie en een bindmiddel zoals brood (of aardappel). Zij wordt traditioneel geserveerd bij bouillabaisse en andere visgerechten.
Verder naar het westen treffen we (vooral) in de Spaanse provincie Cataluña de bekende aioli of allioli aan. De naam betekent letterlijk 'knoflook en olie' en verwijst naar dezelfde basisingrediënten. Tegenwoordig kun je aioli in iedere supermarkt aantreffen, al wordt deze te vaak wordt bereid als een soort mayonaise met knoflook.
Rare jongens die Romeinen
Agliata herinnert ons eraan hoeveel de Romeinen hielden van krachtige en uitgesproken smaken. Net als garum, de beroemde gefermenteerde vissaus uit de oudheid, gaf zij *ahum* karakter aan eenvoudige gerechten.






























